Als jouw publiek die glossy seizoensbrochure niet wil, waarom heb je ze dan nog?

Het Parool heeft een goed artikel over de crisis in de Nederlandse cultuursector en die crisis lijkt heel sterk op hetgeen we hier in België ook zien.

“Hoeveel zin theatermakers, muzikanten en kunstenaars ook hadden om na de lockdowns weer te beginnen, het publiek liet het afweten. De zalen waren open, maar ze zaten nog niet vol. ‘Na de zomer!’ riepen velen. Maar toen was niet voorzien dat de energieprijzen door het dak zouden gaan, de inflatie tot ongekende hoogten zou stijgen en een nationale personeelscrisis zou volgen. En dan is het nog de vraag of covid dit najaar wederom roet in het eten zal gooien.”

Turbulente tijden dus. Maar ook tijden waarin de gebreken van de professionele cultuursector zichtbaar worden.

De directe aanleiding voor het artikel in Het Parool waren immers de tegenvallende bezoekerscijfers van de Uitmarkt in Amsterdam, de jaarlijkse start van het cultuurseizoen. Ik was er niet, maar ik liep enkele weken geleden wel over die Vlaamse tegenhanger, de Antwerpse cultuurmarkt. Ook dat was -laat ons eerlijk zijn- een heel mager beestje.

Het is tekenend voor de oude infrastructuur van de cultuursector.
Brochures, seizoenen, voorverkoop en zet-het-in-je-agenda’s.

Waarom zijn we verbaasd als mensen niet meer naar Amsterdam of Antwerpen komen om brochures op te pikken? En waarom promoten we shows in voorjaar 2023 als ons publiek zich zorgen maakt over de uitgaven van volgende maand? Omdat we het altijd zo deden?

Ja, er is een ongeziene opeenstapeling van branden en brandjes, maar we houden ook te halsstarrig vast aan oude gebruiken die we niet meer nodig hebben.

En net dàt maakt het moeilijk om wendbaar te zijn tijdens de crisis.

Als jouw publiek die glossy seizoensbrochure niet nodig heeft, waarom heb je ze dan nog?

Voorverkoop is dood

Voorverkoop zoals we dat kenden is dood.

De laatste weken verscheen alweer een reeks artikels over de moeizame terugkeer van het publiek naar schouwburgen. Bruzz polste bij Brusselse zalen naar een tussenstand. En De Morgen ging op bezoek bij verschillende cultuurcentra. Telkens blijkt: het zijn vooral de onbekendere kleine acts die last hebben van een traag herstel. Grote namen verkopen best.

Maar verschillende geïnterviewden geven aan dat voorverkoop onbetrouwbaar is geworden. 

“Vroeger kochten mensen hun ticket zodra een concert werd aangekondigd, vandaag wachten ze twee, drie weken voor aanvang.” 

Dit is een trend die we ook na de zomer mogen verwachten. En dat is niet meer dan logisch.

Voorverkoop is immers vooral interessant voor bezoekers die zeker willen zijn dat ze een plekje kunnen bemachtigen. Maar waarom zou je vandaag al een kaartje kopen voor december als er dan zo goed als zeker ook gewoon nog kaartjes beschikbaar zijn?

En als iedereen zo denkt, verkopen zalen een stuk trager uit.
Het is een feedback loop.

Wie tweedehandssites voor tickets in het oog houdt merkt daarnaast dat er enkele dagen voor de show altijd zaakjes te doen zijn.

En is het wel zo verstandig om lang op voorhand te kopen als je weet dat dit najaar ons misschien weer een covid-herfst te wachten staat?

Het wegvallen van voorverkoop is voor de bezoeker niet zo’n probleem. Het raakt de organisator des te harder. Maar als voorverkoop ook voor organisatoren niet meer zo interessant is, wat houdt hen dan tegen om meer last-minute te beginnen organiseren? Ik schreef daar begin vorig jaar al eens een stukje over.

Hoe weet het publiek dat ze moeten terugkeren?

Het blijkt moeilijk om bezoekers terug naar events te krijgen. Twee jaar lang gingen we niet naar de bioscoop, de concertzaal of het feestje. Dat ritme terug oppakken begint bij de vraag: wat is er allemaal te doen?

En daar loopt het mis.

Terwijl we met z’n allen keken naar het luide Covid-verhaal, gebeurde er in de achtergrond immers ook wat anders. Un train peut en cacher un autre. We keken allemaal netjes naar de ene trein, maar zagen niet dat er ook eentje uit de andere richting kwam.

Die tweede trein heet Facebook

In de laatste 15 jaar nam Facebook immers veel ruimte in eventmarketing. Facebook events waren goedkoop, te targetten en bereikten een gigantisch deel van de doelgroep.

En het werd ook een beetje een gemaksoplossing voor promotie.

Om te weten wat er dit weekend te doen is, moest je even Facebook checken. Maar de reclamesite lost stilaan z’n greep. Publieken trekken naar andere social media en Whatsapp-groepen. Wie zich MySpace nog herinnert, weet wat er straks gebeurt.

Het landschap wordt terug fragmentair.

In het gat dat Facebook straks achterlaat staat geen nieuwe event listing klaar. De meeste vrijetijdsgidsen (denk: Zone 03/09 of Weekup) zijn verdwenen en alternatieve mediaplatformen zoals Instagram, Twitter of TikTok zijn niet gebouwd voor event-informatie.

Terwijl we de draad weer proberen op te pikken van een leven waarin we uitgaan, het theater bezoeken en gaan eten met vrienden, moeten we vaststellen dat we amper de media hebben om daarover te praten.

Net daarom is het belangrijk dat organisatoren, kunstenaars en huizen zelf de dialoog met hun publiek blijven uitbouwen.

De eigen nieuwsbrief is daarbij belangrijker dan ooit.

The Try-Angle: a tool for audience development

The European audience is rapidly changing yet a lot of existing music venues struggle to bring in a new crowd.

Audience development is deliberate work, not something that happens automatically. But how do you start? And what can you learn from other venues?

After studying a series of best practices during the 2017 and 2018 Live DMA working groups on Audience Development, we found that there was an abstract structure underlying most best practices.

In short: venues operate inside the triangle between audience, artist and setting.

If you want to change the audience, you need to change either the artistic programme or the setting (time, location, context, …)  of the event.  

This triangle became the Try-Angle, a tool for audience development I helped develop with Live DMA. It helps venues discover new ways of building audiences, not by telling them what to do, but by helping them see new opportunities within their own work.

The Try-Angle is a flowchart that guides venues through a set of questions and invites them to re-think the dynamic between the three elements audience, artist and setting.

The tool starts from the belief that venues can reach new audiences not by following a uniform cookie-cutter method that is the same in every venue, but by finding unique strategies fit for their organisation.

The Try-Angle is developed by Live DMA together with European music venue professionals and it is still a work in progress. In 2022 Live DMA will issue a call for participating venues to test-drive the first version of the tool. Based on the results and feedback we aim to develop a second improved version.

 

Interested in audience development? Read all of the articles here.

In 2022 moeten we het najaar anders plannen.

Ook in 2022 komen er coronagolven.

We kunnen nog niet zeggen hoe erg ze zullen zijn, maar we weten wél dat er periodes zullen zijn waarin het ‘gewone’ tempo ernstig verstoord zal worden. Met name de wintermaanden zijn gevaarlijk terrein voor organisatoren.

Zouden we daar dan nu alvast geen rekening mee houden in onze najaarsplannen voor 2022?

In december 2022 moet je niet te veel grote indoor-activiteiten plannen. Die doen we misschien beter in de zomer. En als december 2022 toch veilig blijkt te zijn, dan kunnen we last-minute nog altijd wat extras organiseren.

Geen plan B dus, maar een plan A+.

Dat soort denkoefeningen gebeurt stilaan overal.

Zo pleitte huisarts Roel Van Giel in De Morgen alvast voor een gelijkaardige herdenking van de ziekenhuisseizoenen. “Misschien moeten we van de zomer meer het seizoen van de niet-dringende operaties maken, zodat we in de winter meer capaciteit hebben“, zei hij.

En een paar weken geleden suggereerde een kinderarts in diezelfde krant dat ook het verschuiven van schoolvakanties een slimme oplossing zou kunnen zijn voor de komende jaren.

Net als schooljaren overlappen cultuurseizoenen nogal sterk met het hoogseizoen van het coronavirus.

Kunnen we onze kalenders al in 2022 niet een beetje uiteen beginnen schuiven met die van het virus? En events plannen die bewust agnostisch zijn over het virus?

Minder binnenactiviteiten in de winter dus.

Dat we in 2021 nog een beetje een afwachtende houding hadden, was heel begrijpelijk. Wie weet waaide het allemaal wel over. Voor 2022 hebben we geen reden meer om af te wachten.

Want met wat we nu weten, blijft dit virus ook volgend jaar bij ons.

Alsof het vanzelf gaat: wat event-organisatoren kunnen leren uit de mondmaskerplicht.

Ik maakte met een medepassagier een grapje over the Dutch chin fever, de Nederlandse kin-koorts.

De lakse manier waarmee op de luchthaven van Schiphol omgegaan werd met corona-maatregelen viel op. Afstanden werden niet gerespecteerd en veel te veel reizigers hadden hun mondmasker ergens ten zuiden van hun neus hangen. Vandaar het grapje: dat er een kin-bedreigende ziekte rondwaarde in Nederland waar wij als buitenlanders niets van wisten.

De verklaring was nochtans eenvoudig.

Het personeel op de luchthaven zelf was heel erg laks.

Niet alleen werden mensen zonder masker niet aangesproken, maar security-personeel, baliemedewerkers en zelfs een paar piloten (!) liepen rond zónder. Ik schreef anderhalf jaar geleden al over dit principe: als er geen zichtbare correctie is op ongewenst gedrag, dan neemt de bereidheid om zich aan maatregelen te houden af.

“Als je als enige in de supermarkt een mondmasker draagt terwijl er overal bordjes hangen met de vraag om mondmaskers te dragen, dan neemt je eigen motivatie af. Wanneer grote groepen mensen de richtlijnen niet volgen, moet er zichtbaar gecorrigeerd worden. Het gaat daarbij niet om een pakkans van 100%, maar om zichtbare repressie.”

Anderen corrigeren vinden we niet prettig.

We laten het daarom graag over aan professionals. In dit geval was het fijner mocht het luchthavenpersoneel mensen hebben aangesproken. En hierin schuilt ook buiten het virusseizoen een les voor event-organisatoren.

Rokers aanspreken in concertzalen, deden we ook niet altijd even consequent. “Het is onbegonnen werk”, hoorde je dan wel eens. Maar daarmee verlegden we de last wel naar de individuele bezoekers die elkaar moesten gaan aanspreken. Hetzelfde geldt voor ander sociaal ongewenst gedrag van racistische praat tot voorsteken aan de bar.

Iemand moet the bad cop spelen.

Ik landde in de luchthaven van Alicante in Spanje en het contrast kon niet groter zijn.

Coronadocumenten werden gecontroleerd en de omroeper benadrukte dat mondmaskers ook over de neus moesten gedragen worden. Wie dat niet deed werd aangesproken, maar vooral: slordige maskers werden onder groepsdruk ineens correct gedragen.

Het leek zelfs alsof in Spanje heel dat covid-gedoe moeiteloos verliep.

Ziedaar het geheim van goede hospitality: dat de dingen zo goed georganiseerd zijn, dat het lijkt alsof ze vanzelf gaan.

De coronacrisis is nog lang niet voorbij voor de cultuursector. Maar dat kan ons sterker maken.

Vanmorgen had de VRT het uitgebreid over de valse start van het cultuurseizoen. Cultuurhuizen hebben terug een propvolle kalender. Maar het publiek, dat laat nog even op zich wachten.

Er zijn veel mogelijke verklaringen voor die tegenvallende verkoop en wellicht zijn alle argumenten waar.

  • Terugkeren naar volle zalen schrikt mensen af
  • Er is onduidelijkheid over de geldende regels
  • Mensen zijn voorzichtiger met hun geld.
  • Er is een overaanbod aan voorstellingen

Maar er schuilt een ongemakkelijke waarheid in deze verkoopscijfers.

De coronacrisis is voor de cultuursector nog lang niet gedaan.

Voor de goede orde: de besmettingscijfers zijn vandaag het beste bewijs dat de pandemie nog niet bezworen is, maar ook wanneer we het virus straks onder controle krijgen, is de crisis niet voorbij.

Het is zoals bij een orkaan. Het is niet omdat de wind is gaan liggen dat de huizen spontaan terug rechtstaan.

Er is opbouwwerk nodig.

En vóor we beginnen bouwen moeten we ons durven afvragen wat voor cultuurlandschap we straks eigenlijk willen. Het voordeel van opnieuw moeten beginnen, is dat je zwaktes en weeffouten uit het verleden kan aanpakken.

De conclusie van het VRT-artikel is daarbij nogal mager: bezoekers moeten maar naar voorstellingen blijven komen.

Zeggen dat mensen tickets moeten kopen “want anders”, is geen sterk argument.

De eenzijdige waardeketen (“We maakten een voorstelling, koop jij een kaartje?”) is niet wat we vandaag nodig hebben.

Zou het kunnen dat mensen eerst sociaal contact hebben in te halen voor ze terug naar voorstellingen gaan kijken? Dat ze zich willen herkennen in de verhalen die we samen vertellen? Wat zijn de noden van ons publiek vandaag en hoe kunnen we daarop inspelen?

Nog nooit is de nood aan ontmoeting zo groot geweest.

Een cultuursector die daar op een waardevolle en veilige manier een antwoord op biedt, maakt zich klaar voor een betere toekomst.

What a history of changing business models for the music industry teaches us about the future

For too long the music industry had been built on the premise that albums couldn’t be copied.

And just like that one sloppy exhaust port on the Death Star, all it takes for an impenetrable fortress to fall, is a single tiny weakness. The rise of peer-to-peer technology at the end of the nineties exploited precisely that. Suddenly CDs -cheap to make but expensive to buy- went from highly profitable to almost free.

The result was nothing short of catastrophic.

The industry struck back by diversifying its business model.

On top of album and single sales (both physical and streamed) we saw live music shows and festivals take on a more central role from the 2000s on

Live shows weren’t a new thing but the central role of live music as the financial driver of the industry was. Up until the piracy revolution, live shows were considered promotional activities. You went on the road to sell more albums.

Post-Napster live music became big business.

In 2020 it was a biological disruption, not a technological one that damaged the business model again. The pandemic put an end to ticket sales and hit our industry right where it hurt.

But the industry today looks somewhat more robust. It also showed us some promising new strategies to explore.

  • 2020-2021 was a quantum leap in live streaming and other online music experiences.
  • It also proved just how much we need the collective effervescence of live music.
  • We also learned how important identity, community and belonging are.

Whatever new business models we develop, they will have to address those needs. The pandemic has brought the essence of our work back to the fore. 

It is not about selling albums or tickets, but about bringing people together.

Why the European music industry should focus on collective distribution channels not separate live bands

The best bands in every country should have the chance to tour Europe.

That’s why many countries have set up export policies to help promote the best local bands. There’s a whole network of European showcase festivals set up for that reason. Showcase festivals are basically a live catalogue of bands so international bookers can discover what’s on offer.

And in theory these bookers will then invite the best bands to their venue.

But there’s a flaw in that logic.

Venues cannot book bands out of the blue.

For a band to draw a crowd, there needs to be a story and ‘here’s an unknown Finnish band’ is just not good enough. Smaller bands don’t draw crowds to venues abroad. And most venues will choose not to book them for that reason.

So a lot of the effort of showcase festivals is in vain.

I’ve written about this before: for historical reasons every European venue knows every detail about American and British bands but no one can name the top three bands in a neighbouring country. It is this lack of knowledge that makes it harder for non-Anglo band to tour Europe.

Instead of promoting individual bands, European export policies for live music should therefore focus on building distribution channels.

Instead of investing in showcasing separate bands, it is far more worthwhile to actively build touring networks in neighbouring countries. This means setting up international collaborations between venues, booking agents and media with the specific ambition of promoting bands from the neighbouring countries.

Give a band an international show and they get to play for one night.

But teach the European industry how to set up international tour circuits and bands can tour for a lifetime.

Hoe toekomstdromen ons uit de crisis kunnen helpen.

Het coronaprobleem is al een tijdje van aard veranderd.

De omgang met het virus ging van een relatief eenvoudige vraag (“Hoe beperken we het aantal doden en gehospitaliseerden?”) naar een complex kluwen van vragen over gezondheid, mentaal welzijn, burgerrechten en economie.

De pandemie vervelde tot een wicked problem.

Dat is de naam die we geven aan complexe problemen waarover geen consensus bestaat. En als je het niet eens bent over wat er nu net op te lossen valt, dan geraak je het natuurlijk niet eens over een oplossing.

‘Wicked’ moet je in deze context dus niet begrijpen als ‘boosaardig’, maar veeleer als ‘stout’.

Net als je denkt dat er een eenvoudige stap voorwaarts mogelijk is, werpt het weer een horde op.

  • Hoe weeg je hoge principes van burgerrechten en privacy af tegenover pragmatische crisisoplossingen?
  • Hoe ga je om met het spanningsveld tussen individualisme en solidariteit? Je wil niet alles verplichten, maar je kan ook niet alles van vrije keuze laten afhangen.
  • Hoe weeg je belangrijke zaken zoals mensenlevens, welzijn en economie tegen elkaar af wanneer die die dingen niet vergelijkbaar zijn?

Je komt al een heel eind door simpel slogan-denken te vermijden. En door jezelf te oefenen in mildheid en empathie voor je medemens.

Maar daarnaast hebben we dringend nood aan toekomstplannen. De crisis dwong ons immers te werken met een ongezonde korte termijnsvisie. In september praten over maatregelen in oktober is niet hoe mensen dromen van een betere wereld.

Wicked problems zijn moeilijk op te lossen in het hier en nu. Samen toekomstplannen smeden geeft echter een kader om beslissingen in af te toetsen. Niet met wicked vragen als ‘Wie heeft er nu gelijk?’, maar wel met constructieve vragen zoals

  • In wat voor wereld willen we morgen leven?
  • Hoe gaan jij en ik daar vandaag werk van maken?
  • En hoe helpen onze maatregelen dat doel te bereiken?