Intervisie. Waarom we twee keer per jaar samenkomen om te roddelen (en jij dat ook zou moeten doen).
Tijdens het etentje van mijn intervisiegroep, merkte iemand op dat ons clubje al vijf jaar bestaat. In die vijf jaar veranderde er veel, maar de acht deelnemers bleven dezelfde.
We leerden elkaar kennen bij de start van de opleiding Leiderschap in Cultuur Lage Landen (LinC) in 2019. Dat programma duurde een jaar en was gericht was op ervaren leiders uit de Belgische en Nederlandse cultuursector. Gedurende een jaar verdiepten we ons met zo’n 20 deelnemers in verschillende facetten van hedendaags leiderschap. Ik heb nog contact met veel van de deelnemers, maar er is een harde kern die ik de afgelopen jaren veel regelmatiger zag.
Het zijn collega’s die vrienden zijn geworden.
Eén van de vaste onderdelen van LinC was een intervisiegroep waarin kleinere groepjes deelnemers elkaar onderling advies gaven. Er kwam een einde aan de opleiding, maar niet aan het intervisiegroepje. Het lukt zelden om de hele groep bijeen te krijgen, maar we spreken nog steeds twee keer per jaar af, één keer in België, één keer in Nederland. We praten bij, er is eten, maar vooral: we zetten minstens twee cases op de agenda waarin we elkaar adviseren.
Leiderschap is vaak een eenzame positie. Je staat met één voet binnen en één voet buiten je eigen team. Daarom is intervisie zo belangrijk.
Een intervisiegroep is meer dan sociaal contact: het is een support network, een groep mensen op wie je kan terugvallen wanneer het even spannend wordt of je even het overzicht kwijt bent. In tijden van crisis roepen we de intervisieclub dan ook samen om elkaar te helpen.
Onze casebesprekingen zijn meestal variaties op wat in het Nederlands zo mooi ‘positief roddelen’ heet. Binnen Liberating Structures, een verzameling werkvormen voor groepsprocessen, wordt het wat droger Troika Consulting genoemd.
- Eén deelnemer (‘de cliënt’) brengt een case in (5 min)
- De andere deelnemers (‘de adviseurs’) stellen eerst verduidelijkende vragen (5 min)
- Vervolgens moet de cliënt zwijgen en gaan de adviseurs met elkaar praten over de case. Waar lijkt het over te gaan? Wat zien we? Waar zit de essentie? (15 min)
- De cliënt vat daarna samen welke inzichten behulpzaam waren. (5 min)
Er zijn verschillende varianten. Soms formuleren we als adviseurs niet alleen inzichten, maar gieten we ze ook in open vragen (“Wat is het eerste dat hier aangepakt moet worden?”) en kiest de cliënt drie open vragen waar hij of zij het meeste mee kan. Het belangrijkste onderdeel van deze oefening is dat je als cliënt moet leren zwijgen tijdens het adviseren. Daarom heet het ook ‘roddelen’: je praat met elkaar óver iemand anders.
Toen ik zelf onlangs een case aanbracht, bleek ik al veel te gefixeerd op één type oplossing. De adviseurs gooiden het over een heel andere boeg. In een normaal gesprek had ik dat wellicht afgeblokt met een deskundige “ja, maar…”.
Heel vaak proberen we immers eigenaar te blijven van ons eigen probleem, maar zo zitten we zelf in de weg van nieuwe inzichten.