Waarom musea straks discotheken moeten worden

We hebben slimme ideeën nodig om het straks beter te doen. Nightlife de sleutels van het museum geven is zo een slim idee.


Nog even volhouden en de maatschappij gaat weer open. Zoals voor alle onderdelen van de samenleving zal het ook voor de cultuursector niet genoeg zijn om de bestaande boel te depanneren. Hoe sneller we nieuwe ideeën uitrollen, hoe groter de kans dat we positieve verandering uit deze crisis halen. Wachten tot we eerst weer op onze plooi zijn om nieuwe langetermijnsplannen uit te proberen, betekent oneindig uitstel.

Ooit is nooit.

Logische stap

Musea laten dubbellopen als discotheken is een voorbeeld van zo’n duurzaam idee waar we zo snel als mogelijk aan moeten beginnen. We hebben nog even de zomer voor de boeg en we hebben nog geen duidelijke afspraken over indoor activiteiten, maar dat is een kwestie van tijd. Heel snel gaan we terug naar binnen verhuizen. Dan duikt onder andere het probleem van ventilatie en luchtreiniging op.

Nightlife is een logische stap om die door de gemeenschap gefinancierde gebouwen nog meer voor die gemeenschap te ontsluiten.

Afhankelijk van de wetenschappelijke en technologische inzichten die we nog volop aan het ontwikkelen zijn over Covid-19, wordt het een kostelijke zaak om ruimtes kwalitatief te ventileren. Zulke dure investeringen renderen alleen in goed gebruikte infrastructuur. Dat geldt al helemaal voor investeringen met gemeenschapsgeld. En zo zullen we al snel uitkomen op opportuniteiten bij publieke schouwburgen en musea.

Veel van die gebouwen zijn immers goed uitgerust om mensen te ontvangen op een veilige en toegankelijke manier. ‘s Nachts staan ze echter leeg. Nightlife is dan een logische stap om die door de gemeenschap gefinancierde gebouwen nog meer voor die gemeenschap te ontsluiten.

Ruimte delen

Het doet wat denken aan de discussie over de ‘brede scholen’ waarbij schoolgebouwen buiten de lesuren voor andere activiteiten gebruikt worden. Efficiënt gebruik van publieke gebouwen is altijd een goed idee, maar met de ventilatiediscussie die zich straks aandient, geldt dat dubbel.

Het is daarbij niet louter een economisch efficiënte oplossing. Vraag het maar aan die musea en schouwburgen die zich al openstelden voor structurele nightlife. Net het delen van je gebouw met zoveel mogelijk verschillende spelers draagt verder bij tot het creëren van plaatsen van betekenis in de stad. Waar volk is, wil volk zijn.

De nachtelijke mindset

Eind 2020 organiseerde Pakhuis De Zwijger een reeks over de toekomst van het Amsterdams nachtleven. Eén van de panelists was toen Emma Waslander die als projectmanager o.a. de Museumnacht in Amsterdam organiseerde. Zij leerde er alvast uit dat het mogelijk moet zijn om dit soort events niet één keer per jaar te doen, maar elk weekend.

De nacht, zo argumenteerde ze helder, heeft een impact op hoe we naar de dingen kijken en het helpt ons dus ook om anders naar kunst te kijken. De nachtelijke mindset van bezoekers is daarbij een verrijking voor het museum. Het is meteen ook een goeie manier om een jonger publiek naar je museum of schouwburg te krijgen.

De nacht heeft een impact op hoe we naar de dingen kijken en het helpt ons dus ook om anders naar kunst te kijken. De nachtelijke mindset van bezoekers is daarbij een verrijking voor het museum.

Niets dat voordelen aan die nachtshift. Het verhoogt de kansen voor publiek om coole ruimtes optimaal te gebruiken en het ontsluit plekken die eigenlijk toch al van ons zijn. En vooral geeft het ook steun aan de organisatoren in het nachtleven die het nog te lang gaan moeten doen zonder geschikte infrastructuur. Terwijl het net die promotors zijn die ons straks weer zo snel mogelijk aan het dansen moeten krijgen.

Publiekswerking en verdienmodel

Daarnaast is nightlife natuurlijk ook een interessante verruiming van het verdienmodel én de publiekswerking van schouwburgen en musea. Maar laat dat vooral geen pleidooi zijn voor overheden, musea en schouwburgen om zelf party promotor te beginnen spelen. Ieder hun métier en de kracht van publiekswerking zit net in het openstellen van je infrastructuur voor anderen.

Net daarom hebben we die nieuwe duurzame ideeën nodig. Straks willen we immers een landschap kweken waarin er meer gefeest, gepraat en ontdekt wordt dan ooit te voren. En waarin er samengewerkt wordt. Cultuurhuizen uitbouwen tot discotheken is slechts één idee om de krachten te bundelen, maar alvast wel eentje waar we onmiddellijk mee kunnen beginnen eens binnenactiviteiten weer kunnen. Toch?

Vond je dit artikel boeiend? Kan je met jouw organisatie hulp gebruiken bij het plannen van je strategie? Ik denk als strategisch en zakelijk adviseur voor culturele organisaties graag mee! Stuur me een berichtje of schrijf je hieronder in op mijn tweewekelijkse nieuwsbrief.

Inschrijven op de nieuwsbrief

The Preservation Paradox. Why traditionalists should innovate and innovators should preserve the past.

I have a saying. A conservative is someone who understands that things only have value if you are willing to defend them. A progressive on the other hand is someone who realises that in order to preserve traditions, you need to change them every day.

If you are working with institutions or brands that have been around for a very long time, you are familiar with this dilemma. The only constant is change, yet it would be foolish to throw away everything you’ve built already. I call it the Preservation Paradox. What do you change? What do you keep? And how do you decide? Here are three factors that will help you.

1. Know and embrace your core values

What are you about? What difference do you make in the world? It is a cruel act of fate that the longer your history is, the fuzzier your raison d’être becomes. Every founder of a shiny new app can tell you exactly why the world needs it, but why do we need the Eiffel tower? What’s the point of the ballet? And why would we preserve the thousands of languages on the brink of extinction when everybody speaks English?

It is a really valuable exercise for institutions, legacy brands and traditions to question themselves and to get back to their core values. What would the world be missing if tomorrow you were gone? Finding the answer to that question is like finding the fountain of eternal youth.

2. Are you value-first or customer-first?

When it comes to value there are two very distinct ways of looking at the world. Do you start from your beliefs and are you trying to convince people of those values? Or is the customer king and do you adapt your product to their wants and needs? Simply put: are you trying to get people to buy FROM you or do you want people to buy INTO an idea? Understanding your preferred perspective is essential because it decides your strategy.

Are you trying to get people to buy FROM you or do you want people to buy INTO an idea?

A lot of the literature on business strategies and innovation is based on customer-driven organisations. If the customer is king then those strategies make a lot of sense. But if you are working with a value-driven product that good advice doesn’t make sense, precisely because your strategy works the other way around.

3. Organise for change

Change is the only constant. And value is built not by constantly wiping the slate clean but by building on tradition. The dirty little secret of the battle between innovation and tradition is that it isn’t a battle but a dance. Maturity isn’t a linear process. It is an often messy tug of war between what you have achieved already and what you can be tomorrow. You should actively organise for change.

Maturity isn’t a linear process. It is an often messy tug of war between what you have achieved already and what you can be tomorrow.

A tradition is an unfinished story. It never simply is. This back and forth between preservation and adaptation is what keeps the story alive. So go ahead and look at your org chart and your business model, your day-to-day and your five year plans and ask yourself “How do we actively organise for change instead of only passively reacting to it?”.

A product that meekly undergoes history doesn’t last forever. And a product that doesn’t care about its legacy will never have one. Only the stories that easily dance between innovation and tradition will have eternal life.

Wat je kan leren van de paradox in je organisatie.

Je organisatie heeft een interne logica en de kans is groot dat die logica niet helemaal sluitend is. Dat is niet erg. Net de stukken die niet kloppen in je verhaal, wijzen je de weg naar je volgende stap. Een van de leerrijkste weeffouten is daarbij de paradox.

Een paradox, dat zijn twee dingen die op hetzelfde moment waar zijn, terwijl dat eigenlijk niet kan. Iets kan niet wit en zwart tegelijk zijn. Iets kan niet groot en klein tegelijk zijn. Toch kom je vaak zo’n paradox tegen. En dat is leerrijk. Het wil altijd zeggen dat je het volledige beeld nog niet ziet, want elke paradox is immers een geval van gebrekkig perspectief en niet een soort Escher-achtige trappengang.

 

 

Andere perspectieven

Twee mannetjes kijken naar hetzelfde cijfer. De ene meent dat het een zes is, de andere is er van overtuigd dat het een negen is. Beide hebben gelijk. Zes is negen. Als dàt geen paradox is!

 

 

Of neem dit bekende voorbeeld. Een object creëert een schaduw. Afhankelijk van de vorm van het object kan zo’n schaduw een vierkant zijn of een cirkel. Maar het is onmogelijk dat een object een schaduw heeft die tegelijk vierkant én rond is, toch?

 

 

In beide gevallen gaat het om een perspectiefsprobleem. Zoals wij de twee prentjes zien is er immers geen sprake van bovennatuurlijke fenomenen. Maar voor het mannetje dat een zes ziet, is het niet te bevatten dat iemand anders beweert dat het een negen is.

Ziet iedereen hetzelfde?

Net daarom zijn paradoxen zo handig. Als je er eentje tegenkomt in jouw organisatie, dat weet je dat je altijd te maken hebt met een probleem van perspectief. Stel jezelf de vraag hoe je je overzicht kan veranderen en vraag andere mensen om vanuit hun eigen standpunt naar het probleem te kijken. Ziet iedereen hetzelfde?

Probeer dus de andere partijen niet te overtuigen dat de schaduw rond is. En ga er ook niet vanuit dat jouw organisatie om een of andere reden een soort Escher-achtige uitzondering is waarin dingen gebeuren die niet kunnen.

Neem een stap achteruit en probeer met nieuwe ogen naar dat stukje van je organisatie te kijken.

  • Een klant die ook een leverancier is?
  • Inzichten die minder sterk worden, naarmate je meer onderzoek doet?
  • Bezoekers die minder willen betalen naarmate je meer investeert in je voorstelling?

Als je een paradox tegenkomt in de vrije natuur wil dat altijd zeggen dat je op een onvolledige manier aan het kijken bent. Beschouw hem daarom niet als een irritante uitzondering, maar omarm het net als een handig signaal van wat je volgende verhelderende strategische stap zou kunnen zijn.

Vond je dit artikel boeiend? Kan je met jouw organisatie hulp gebruiken bij het plannen van je strategie? Ik denk als strategisch en zakelijk adviseur voor culturele organisaties graag mee! Stuur me een berichtje of schrijf je hieronder in op mijn tweewekelijkse nieuwsbrief.

Inschrijven op de nieuwsbrief

Hybride events

De laatste weken werkte ik mee aan een paar internationale online conferenties en na afloop was er altijd een gelijkaardige nabespreking. Ja, iedereen is die lockdown beu, maar tegelijk hebben we zoveel nieuwe tools ontwikkeld om elkaar te ontmoeten dat we nooit meer terugwillen naar hoe het in 2019 was.

We zijn onszelf al sinds de jaren negentig aan het vertellen dat we in een online maatschappij leven, maar eigenlijk is dat pas in 2020 echt begonnen. Even binnenspringen op een familiefeest via Zoom? Vergaderingen van amper 20 minuten zonder dat iemand zijn/haar huis verlaat? Spontane internationale samenwerkingen? Al deze dingen waren al jaren technisch mogelijk, maar ze maakten nooit echt onderdeel uit van ons leven. In 2020 veranderde dat.

Fysieke terrasje en remote werken

De fysieke nabijheid die we al zo lang missen is een biologische noodzaak, maar we hebben ze voor heel veel denkwerk en samenwerking niet nodig. Het is dan ook interessant om te zien welke stukken van ons lockdownleven we straks gewoon behouden.

Terrasjes doen en gaan dansen doen we zeker en vast offline straks. Maar de tijd van infosessies die een heel dag moesten duren, gewoon omdat iedereen de moeite had gedaan om zich te verplaatsen? Die tijd ligt achter ons. Er wordt veel gesproken over remote work. Over mensen die niet massaal terug naar hun kantoren gaan pendelen om daar dan acht uur te werken. De komende maanden gaan we zien hoe zich dat ik de praktijk gaat vertalen.

Voor events en voorstellingen steekt daarbij meteen ook een tweede vraag op: willen we dat online podium wel opgeven? Er waren immers ook gewoon veel voordelen aan dat verplichte onlineverblijf. Meer bezoekers, meer internationalisering en de plicht om terug na te denken over de kern van ons werk.

Hybride events

Willen we dat écht allemaal laten schieten wanneer mensen straks terug buiten kunnen? Het antwoord is duidelijk nee, maar welke vormen kunnen zo’n hybride events (die deels online en deels offline gebeuren) dan aannemen? Welke opportuniteiten stellen zich? En wat moeten we daarvoor nog leren?

Hybride events zullen steeds centraler komen te staan in het event-landschap. De komende weken wil ik daar wat vaker over gaan schrijven. Hoe doe jij dat me je organisatie? Welke vraagstukken en kansen zie je liggen? Ik hoor het graag.