Interview VRT: Impact op 80.000 jobs en tot 200 miljoen euro verlies: dit doet corona met de Belgische muzieksector

De VRT publiceerde een artikel over de impact van het coronavirus op de Belgische livemuzieksector. Ook ik sprak mee.

Impact op 80.000 jobs en tot 200 miljoen euro verlies: dit doet corona met de Belgische muzieksector

Coronavoorspelling #4 : er komt geen groot bevrijdingsfeest

Zoals verwacht werden de lockdownmaatregelen verlengd in België. Virologen en statistici zeggen al langer wat wij als mensen maar zo moeilijk kunnen aanvoelen: de besmetting verloopt met vertraging.

De dagelijkse cijfers van het aantal zieken, gehospitaliseerden en doden geven geen beeld van de situatie vandaag. Het is een beetje zoals het licht van de sterren. Wat we vandaag zien, is een beeld dat vaak dagen oud is. Mensen die vandaag besmet worden, duiken immers met behoorlijk wat vertraging op in de statistieken. Dat betekent ook dat een dalende statistische trend op zich zal laten wachten, ook al zijn we al eventjes in lockdown.

De einddatum van de maatregelen (eerst 5 april en nu 19 april) is daarbij niet het resultaat van een wetenschappelijke berekening. Het is een wat willekeurige horizon waarna de regering opnieuw zal oordelen wat er vanaf dan nodig is.

De kans is zo goed als onbestaande dat we er in mei, juni of juli vanaf zijn. Per twee weken worden maatregelen nu bevestigd en uitgebreid en in de nabije toekomst zullen we meemaken dat een aantal van die maatregelen versoepeld zullen worden. Maar nooit allemaal tegelijk.

Ik schreef daarom eerder al dat deze pandemie voor de live- en nightlifesector een langetermijnsverhaal is. Hoe hard het deze sector ook treft, het is onverstandig om nu te rekenen op kortetermijnsoplossingen.

Een jaar van hindernissen

Zelfs in een dalende besmettingscurve zullen events nog een tijdlang te maken hebben met verschillende hindernissen:

  • Beperkingen op het aantal bezoekers die slechts heel langzaam afgebouwd zullen worden. Ook het uitreiken van vergunningen wordt politiek wellicht een veel moeilijker verhaal.
  • Mogelijk zware eisen rond social distancing en hygiëne die een aanzienlijke logistieke meerkost zullen betekenen.
  • Een publiek dat niet onmiddellijk terug zal keren (voor het eerst klinkt enkele dagen naar de Ardennen deze zomer een pak aangenamer dan een megafestival)
  • Zwaar verstoorde internationale tours waardoor affiches ook een stuk minder sterk zullen worden. De corona-situatie in het VK en de Verenigde Staten -zowat de twee meest dominante leveranciers van popmuziek- zou best ook wel eens langer kunnen duren dan op het Europese vasteland.
  • Concertzalen, nachtclubs en festivals die financieel zo verzwakt zijn dat ze een stuk minder risico kunnen dragen.
  • Een economische crisis die leidt tot lager bestedingsgedrag bij de klant.

Leren leven met COVID-19 vraagt geduld. Dit is niet de Derde Wereldoorlog. Er komt dus ook geen groot bevrijdingsfeest op het eind. Er komt een langzame gewenning aan de nieuwe situatie. Het wordt nooit meer als vroeger, maar dat is nooit anders geweest. Laat ons die toekomst -zoals altijd- gewoon beter maken.

Coronavoorspellingen #3 : tijdelijke maatregelen met blijvende impact

Het verloop van de pandemie in België blijft spannend. Optimisten zien al een eerste mogelijk klein knikje in de exponentiële curve van de ziekte, pessimisten wijzen erop dat het ergste nog moet komen.

Gisterenavond benoemde viroloog Marc Van Ranst expliciet wat we al een tijdje vermoedden: een neerwaartse trend van de verspreiding van het coronavirus, zou nog niet betekenen dat we er deze zomer vanaf zijn. De ‘de-lockdown’ zou in stappen moeten verlopen willen we het virus niet een tweede boost geven door massaal terug allemaal samen te komen.

En ook de strategie waarbij het grootste deel van de bevolking immuniteit opbouwt door eerst ziek te worden en antilichamen op te bouwen (de befaamde herd immunity) lijkt niet echt een oplossing te zijn. Wie de ziekte gehad heeft, is immers niet resistent voor de rest van het leven.

Het is dus wachten op een vaccin en dat zou wel eens meer dan een jaar kunnen duren. In een vorige post schreven we al wat dit zou kunnen beteken voor de concertsector. Dat we eerst op kleinere publiekscapaciteit gaan werken. En een stukje lokaler.

Er komt geen onmiddellijk einde aan de lockdown waarbij mensen van het ene moment op het andere massaal terug naar grote bijeenkomsten zullen spurten. Er bestaat een reeële kans dat de terugkeer naar de normale toestand langzaamaan gebeurt. Misschien zullen we eerst terug bijeen mogen komen in groepen van maximaal 10 mensen, daarna 200, daarna 1000, etc…

En wellicht draaien bezoekers zelf niet onmiddellijk de knop terug om. Gaan we klokslag middernacht terug met z’n honderden feesten na wekenlange social distancing waarbij we de fysieke nabijheid van onbekenden een beetje hebben leren wantrouwen?

Een deel van ons publiek gaat dat zeker doen, al was het maar uit burgerlijke daadkracht om zo snel mogelijk terug uit het dal te klimmen. Maar een deel van de bezoekers gaat wat tijd nodig hebben om terug te wennen aan het groepsgebeuren.

Het is echter niet ondenkbaar dat een jaar van social distancing, de occasionele lockdown en doorlopende verhoogde handhygiëne het gedrag van bezoekers permanent zal veranderen.

  • We gaan het als publiek misschien fijner vinden om niet dicht opeengepakt te zitten tijdens concerten. Eens je die meter afstand in de rij van de supermarkt gewend bent, ga je toch nog moeilijk terug naar elleboog-aan-elleboog drummen aan een klein toogje?
  • Gaan we nog startkassa’s tellen elke avond nu iedereen cashbetalingen heeft afgeleerd?
  • Hoe realistisch is het dat we nog met drankjetons gaan werken wanneer iedereen net geleerd heeft geen objecten van hand tot hand door te geven?
Het wordt interessant om te zien hoe concertzalen, nightlife en horeca hier op zullen inspelen. De tijdelijke stilte door de lockdown is het uitgelezen moment om daar plannen rond uit te werken.

Coronavoorspellingen #2 : Een stapje terug

Vaste concertgangers zagen het de afgelopen vijftien jaar gebeuren: livemuziek is booming business. Het ineenstorten van de CD-verkoop maakte van live popconcerten één van de belangrijkste opkomende artistieke markten en dat zullen we geweten hebben.

Er kwamen steeds méér en steeds grotere shows en festivals. Grote festivals gingen van twee naar elf podia. Vroeger sprak men wel eens van paying your dues: artiesten deden eerst hun kilometers op kleine lokale podia om dan door te groeien naar de arena’s. In de afgelopen jaren zagen we echter veel bands die eerste stap overslaan.

Dat is onverwacht en razendsnel even stilgevallen. Een stapje terug.

Doemdenken is onnodig: er komt gauw weer een moment waarop we met z’n alleen naar grote feesten en bijeenkomsten trekken. En in de tussentijd kunnen we ons behelpen met Spotify, Youtube en live-streams van huiskamerconcerten. Maar er zal ook een overgangsperiode zijn. Eentje waarbij we terug op straat kunnen komen, maar grote massa’s te vermijden blijven.

Het is bijvoorbeeld zeer denkbaar dat in eerste instantie ontmoetingen met minder dan 10 mensen weer mogelijk zijn, dan 100, dan 1000, etc… Hoe kunnen concertzalen die overgangsperiode aanpakken?

Lokaal wordt cruciaal

Covid-19 ontvouwt zich niet in heel de wereld op hetzelfde moment. Er zijn gebieden zoals China waar de grootste piek voorzichtig voorbij lijkt en er zijn gebieden zoals Afrika waar de piek nog moet beginnen. Mogelijk blijven een aantal grenzen gesloten om herbesmetting tegen te gaan.

Dit zal zijn impact hebben op wereldtournees. In de periode vlak na de eerste piek en lockdown kunnen we ons dus maar beter richten op lokale acts.

En hetzelfde geldt voor publiek. Het zal nog wel even duren voor we terug een citytrip plannen naar Primavera Sound in Barcelona. Of om die ene topact te gaan zien in New York.

Size matters

Kleine concerten in grote zalen worden tijdelijk een ding. Als je concerten voor 200 mensen organiseert in een zaal die 500 man aankan, dan is er voldoende ruimte om afstand te houden van mekaar. Maximumcapaciteiten van zalen bekijken we dan niet alleen vanuit het oogpunt van brandevacuatie, maar ook vanuit het principe van social distancing.

Hetzelfde geldt voor kleinschalige festivals met één podium en minder grote namen. Om deze hele oefening betaalbaar te houden moet een evenwicht gezocht worden tussen aangepaste fees (kleinere groepen, kleinere fees) en misschien iets hogere ticketprijzen. Of het moest zijn dat de Belg een stukje meer komt verbruiken aan de toog.

De periode na de lockdown gaat wat onwennig aanvoelen voor concertgangers, zeker als die maatregel nog een paar keer verlengd wordt. Kleinschalige concerten zijn een ideale manier om het publiek terug op gang te trekken. Dat we dat kunnen doen door lokale kunstenaars meer aandacht te geven is mooi meegenomen.

Het zijn de kleine poppodia en clubs die hierin het voortouw kunnen nemen. Even terug naar de dagen van paying your dues. Eerst doen we met z’n allen terug wat kilometers op de kleine lokale podia en dan  groeien we wel terug door naar de arena’s.

Coronavoorspellingen #1 : het wordt een andere zomer

Eergisteren schreef ik dat de pandemie voor langere termijn gevolgen ging hebben op de livesector. Op alle organisaties van wie het de missie is om  mensen bijeen te brengen.

Ondertussen ging België in lockdown tot 5 april en wellicht wordt die termijn verlengd. In de volgende dagen ga ik een reeks ideeën uitschrijven over wat de impact en naweeën van de pandemie zullen betekenen voor de livesector.

Het wordt een andere zomer
Onder de hashtag #savethesummer lanceerde de muziekindustrie gisteren nog een oproep om nu met z’n allen thuis te blijven en de besmettingscurve van dit coranavirus naar beneden te krijgen. Als we dat nu voor mekaar krijgen, dan kunnen we deze zomer terug genieten van de festivals, het terrasjesweer en samenzijn. Het is een goede campagne, omdat het een heel helder en prettig motiverend doel voor ogen stelt waar we samen onze schouders onder kunnen zetten.

Maar ondertussen werd Glastonbury 2020 afgelast. Te veel losse eindjes maakten de logistiek van zo’n festival te moeilijk. Ze kozen er ook voor om de voorschotten die mensen reeds betaald hadden niet terug te storten maar over te dragen naar volgend jaar. Grote internationale festivals zijn het kwetsbaarst voor dit soort onvoorspelbaarheid. En zomerfestivals kan je per definitie niet naar de winter uitstellen. Het team van Glastonbury is daarom lang niet het enige festivalteam dat overuren aan het draaien is nu.

De zomer is de start van het hoogseizoen

Het mag objectief bekeken wat bijzaak lijken (we blijven immers nu vooral thuis om straks wereldwijd geen tientallen duizenden doden te moeten begraven), maar die festivalzomer is cultureel erfgoed. Iets wat ons verbindt en waar we van houden.

Het vormt een belangrijk onderdeel van onze maatschappij. We onderschatten het belang daarvan best niet. En ook economisch is de festivalzomer de start van het hoogseizoen voor artiesten en de muziekindustrie. Een grote speler zoals Glastonbury die nu annuleert, is best heftig.

We hebben de afgelopen dagen vooral oog gehad voor het begin van de curve. Voor hoe het virus groeit en zich verspreidt. We weten op dit moment nog te weinig over het gedrag van de ziekte om al wat concrete dingen te zeggen over de staart ervan.

  • Wanneer eindigen de maatregelen? En wordt het een abrupt einde of een gefaseerde afbouw?
  • Betekent het einde van de lockdown meteen een terugkeer naar business as usual of komen er capaciteitsbeperkingen in het kader van social distancing (denk maar bezoekersmaxima of aan 1,5m afstand garanderen)?
  • Komt er een periode van opflakkeringen van de besmettingen eens de lockdownmaatregelen versoepelt worden?
  • Is dit een unieke lockdown of gaat dit de komende maanden vaker gebeuren?
Terwijl de logistieke lijnen grotendeels vast horen te liggen, zo laat in het jaar, hebben al deze vragen een ongeziene impact op de planning van festivals en heel binnenkort ook op het concertnajaar. Het is onrealistisch om te denken dat 2020 een gewone zomer wordt.

De livesector staart zich beter niet blind op 3 april. COVID-19 is een langetermijnsverhaal.

Wat ging het de laatste dagen snel. Eerst werden concerten met meer dan 1000 bezoekers afgelast, dan volgde de beslissing om alle shows te annuleren. Na de kunstenhuizen, ging ook de horeca dicht. “Pas een beetje op” werd “Blijf in uw kot”. Concertzalen moesten razendsnel communiceren en herschikken.

3 april en daarna
De maatregelen gelden officieel tot 3 april 2020, maar laat ons wel wezen: het coronavirus gaat de livesector voor een veel langere periode raken. Mensen bijeenbrengen om gezamenlijk kunst te beleven, is namelijk de essentie van ons werk. En dat bijeenbrengen gaat een tijd te gevaarlijk zijn. Voor onszelf, maar vooral voor de anderen. We bereiden ons daar best nu al op voor.

Er zal een ongeziene financiële schade zijn. Voorstellingen annuleren kost geld. Kunstenaars en gezelschappen, maar ook freelancers, zijn bijzonder kwetsbaar wanneer producties gecanceld worden. Kunstenhuizen hebben doorgaans ook geen grote buffer om langere periodes van lage inkomsten te overbruggen. In de popmuziek zijn voorjaren doorgaans de rustigere momenten. Maar wat als de coronacrisis zich uitstrekt tot in de festivalzomer en zelfs het najaar? Wat als artiesten minder kunnen touren? Wat als het publiek het een tijdje laat afweten? Wat als de voorwaarden om grote bijeenkomsten te organiseren alweer verstrengd worden?

Heel veel huizen beloofden tickets terug te betalen of een nieuwe datum te zoeken voor de voorstelling. Bij een korte crisis is dat de juiste manier van werken. Maar hoe haalbaar is het om alles te gaan verzetten of terug te betalen wanneer deze toestand maanden aansleept? De notoir drukke najaarskalenders hebben alvast geen ruimte om alle voorjaarsshows op te vangen.

Hoe pakken we dit aan?

Een huis kan zich op verschillende manieren voorbereiden op wat er komen zal.

  1. Flattening The Curve is prioritair. Doe dat nu. Haal systematisch alle onnodige fysieke contacten uit je werk. Dit is niet het moment om alle personeel samen te roepen in één zaaltje om te praten over wat er moet gebeuren. Dit is niet het moment om nog gauw een repetitie te laten doorgaan omdat ze al vastlag en het niet over veel mensen gaat. Flattening the curve, gaat over exponentiële verspreiding van het virus. Da’s een akelig wiskundig concept, maar het kan ook in ons voordeel werken: elke vermeden besmetting werkt immers ook exponentieel door in de positieve zin.
  2. Kijk naar heel 2020, niet naar 3 april. Je maakt best een plan tot het einde van het jaar, niet tot aan de fictieve deadline van 3 april. Uitgaan van een langetermijnsverstoring is professionalisme, geen doemdenken. Schrijf een aantal scenario’s voor dit jaar uit en becijfer ze.
  3. Remote werken. In eerste instantie kunnen concertzalen doen wat zowat elk dienstenbedrijf kan doen: stuur al je medewerkers naar huis en ontwikkel een methode van remote work. Zeker wanneer een concertzaal gesloten is, heeft het weinig zin om elke werkdag naar kantoor te pendelen. Remote werken is niet gewoon business as usual maar dan van thuis. Het vraagt een specifieke aanpak. Nu is het moment om dat onmiddellijk uit te proberen. Never waste a good crisis
  4. Communiceer helder naar publiek. Hou het kort en krachtig. En neem een solidair standpunt in. Je WIL als zaal sluiten op dit moment omdat dat het beste is voor iedereen. Vermijd dus vage boodschappen over sluitingen “ten gevolge van de beslissing van de overheid…” of omdat “de band helaas heeft afgezegd”. Je vermijdt ook best specifieke beloftes over terugbetalingen en nieuwe data. Nogmaals: als de crisis zich beperkt tot maart, is terugbetaling de juiste beslissing. Loopt ze langer dan wordt het misschien moeilijk om die beloftes waar te maken.
  5. Betrek je artiesten en crew. Artiesten en freelancers zijn bijzonder gevoelig voor het stilleggen van het concertseizoen. Zoek uit hoe je op z’n minst een gedeelte van de fees en verloningen kan uitbetalen. Ook dàt is een reden om niet meteen alle ticketinkomsten terug te storten aan het publiek. Ook hier geldt: als artiesten en freelancers een paar shows verliezen, valt het allemaal nog wel mee. Als ook de zomer er aan gaat, dan wordt hun situatie bijzonder moeilijk. Bespreek het jaarplan daarom ook met de kunstenaars, managers en freelancers in je netwerk.
  6. Neem zelf contact op met de overheid. De periode na de aanslagen in Parijs en Brussel leerde ons dat het belangrijk is zélf de overheid te contacteren. Op dit moment is het ook bij de gemeente immers alle hens aan dek. Even kort checken of jullie mekaar kunnen versterken, is verstandig.

De eerste prioriteit is flattening the curve. Mensenlevens redden. Maar veel sneller dan we zelf willen, zullen we ook naar de collateral damage van de pandemie moeten gaan kijken.

PS: Het is niet allemaal kommer en kwel: adembenemende beelden van zingende Italianen bewijzen dat kunst in het algemeen en muziek in het bijzonder een cruciaal fundament van onze maatschappij zijn. Nu meer dan ooit.

Kunstensubsidies zijn één ding, ze verdelen iets helemaal anders

Wordt er eigenlijk iemand blij van de manier waarop we vandaag kunstensubsidies verdelen? #askingforafriend

Kunstensubsidies zitten in een dalende lijn. De overheid heeft steeds minder geld veil voor de kunsten en daartegenover staat een steeds dwingendere vraag om méér resultaten neer te zetten. Het oude business model waarbij huizen en organisaties grotendeels afhankelijk zijn van overheidssubsidies werkt daardoor steeds moeilijker.

Die langzaam dalende bedragen hebben van subsidierondes stilaan een oefening in frustratie gemaakt voor alle betrokken partijen. Aanvragers weten eigenlijk op voorhand al dat ze minder gaan krijgen,  als ze überhaupt nog wat krijgen. En in plaats van het bedankje of applaus dat ze graag zouden krijgen -het zijn ook maar mensen- moeten politici het stellen met hopen kritiek.

Daarnaast staat dat nieuwe artistieke spelers het heel moeilijk hebben om toe te treden tot het clubje van de gesubsidieerde organisaties. Er is geen ruimte voor nieuwkomers, omdat er al geen ruimte is voor de huidige leden. En zo wordt schaarste ook een clash tussen oud en nieuw.

Iedereen gefrustreerd

In dat pantheon van frustratie kunnen we daarnaast onderhand ook commerciële bedrijven bijzetten. Politici verwijzen immers graag naar de markt om de afbouw van subsidies op te vangen met alternatieve of aanvullende privé-financiering, maar geen één bedrijf zit zomaar te wachten om die subsidiërende rol van de overheid over te nemen. Waarom zouden ze ook? Wat levert het hen op?

En in al dat tumult zijn we blijkbaar vergeten te vragen aan het publiek wat zij ervan vonden. Vinden we het normaal dat we oordelen over de kwaliteit van organisaties en huizen zonder de bezoekers daarin te bevragen? Als dat klinkt als vloeken in de kerk, dan is dat omdat het subsidiecircus al lang niks meer met kwaliteit te maken heeft. Het gaat om overleven.

Het anders aanpakken

Hoe geraken we hier uit? Wat houdt ons precies tegen om ons werk anders aan te pakken?

De kunsten zijn een activiteit waarbij mensen samenkomen. Waarin we dingen maken en beleven die belangrijk zijn omdat we ze samen doen. Omdat ze ons aan het denken zetten. Omdat ze ons samen beroeren. Kunnen kunstprofessionals een nieuw systeem bedenken dat kunstenaars, publiek, bedrijven en de overheid terug aan tafel krijgt om samen beter te zorgen voor de kunsten? Een systeem waarbij de stem van het publiek en de maatschappij luider klinkt dan vandaag? En hoe zou dat er dan kunnen uitzien?

Geldschieter en begunstigde zijn koning

Wie zijn onze klanten?

Simpele vraag, simpel antwoord.

Klanten zijn de mensen die betalen voor ons product. Zo eenvoudig is het voor puur commerciële bedrijven. Vele kunstenhuizen en andere organisaties die werken met een gemengd commercieel-gesubsidieerd model, hebben het iets moeilijker om die vraag te beantwoorden. Want is de overheid of een subsidiefonds echt onze klant gewoon omdat ze betalen? En wil dat zeggen dat kunstenaars (die ons vaak alleen maar geld kosten) dan geen klanten zijn? En wat is precies het product dan dat zo’n overheid koopt van ons?

De klantengroepen van not-for-profit-organisaties zijn immers een stukje complexer. Er zijn natuurlijk heel ‘typische’ klanten: de mensen die tickets kopen in onze concertzaal, bedrijven die onze zalen huren, bezoekers die voor en na de show wat drinken in onze foyer, … Zij brengen commerciële middelen binnen die we gebruiken om allerhande kosten te dekken. Dat geldt ook voor sponsors, maar beschouwen we die als échte klanten? Ook de overheid is klant bij ons, maar ook die relatie is wat vager. De ministers voor Cultuur kopen met hun subsidiebudget immers geen kaartjes of drankjes bij ons. Hoe zit het dan wel?

Geldschieters versus begunstigden

De klant kan je opdelen in twee rollen: je hebt aan de ene kant de geldschieter en aan de andere kant de begunstigde. Als ik een ticket koop voor mezelf dan ben ik zowel geldschieter als begunstigde. Als ik een ticket koop voor iemand anders dan ben ik de geldschieter, maar niet de begunstigde. En als ik een ticket cadeau krijg, ben ik de begunstigde maar niet de geldschieter.

Geen tegenstelling klant-organisatie dus, maar een driehoekje geldschieter-begunstigde-organisatie. En dan kunnen we makkelijker praten over de relaties tussen die drie. De overheid is geldschieter, kunstenaars zijn bv de begunstigde. Hoe die relatie in mekaar zit (technisch: “wie is de begunstigde waarvoor de geldschieter geld wil geven aan de organisatie?”) is het voorwerp van het subsidiedossier.
Het is een hele interessante oefening voor een huis om haar verschillende geldschieters eens op te lijsten. Wie zijn de geldschieters? Waar willen die geldschieters precies voor betalen? Wel product verwachten ze van ons? Krijgen ze voldoende waar voor hun geld? En kunnen we ze overtuigen om meer geld te betalen?
Ook het lijstje van begunstigden is een interessante oefening. Voor wie werkt ons huis? Wat hebben die begunstigden precies nodig? Bieden we hen dat voldoende (en hebben we een manier om dat te bevragen?). En houden we onze geldschieters voldoende op de hoogte van wat we allemaal aan die begunstigden geven?

Over belichamers en spelverdelers

Kunstenhuizen en management. Het blijft wat spanning staan op die relatie.

Een bedrijf runnen is nochtans een vak op zich. In kleine (en soms ook grote) culturele instellingen wordt dat bedrijfsmatige er vaak deeltijds bijgenomen door een professional die vooral op artistieke merite gekozen is. Daarnaast zijn er heel veel zakelijk directeurs die de opdracht hebben om alle plannen en gemaakte engagementen van een huis op één of andere manier te doen rijmen met een financiële en personele realiteit. Het is alsof een ziekenhuis gerund zou worden door de beste hartchirurg.

Recent kwamen er in de Vlaamse kunstensector een hele reeks topvacatures vrij voor algemene directeurs. Vaak is het een moeilijke zoektocht om iemand te vinden die alles kan doen wat in de functie-omschrijving staat. Die omschrijvingen zijn dan ook ongelofelijk breed. Zo moet volgens de vacature de nieuwe directeur van het Toneelhuis een ervaren leidinggevende zijn, met relevante managementservaring én een uitgebreide ervaring in theater en/of de museale sector. Hij/zij moet natuurlijk ook nog vlot drietalig zijn en ‘voeling met het werkveld en de actoren van Toneelhuis’ hebben. Is dit een realistische opdracht?

Het is een mismatch van profielen die we vaker zien. Huizen lijken een bestuurlijk sterke manager te zoeken in een pool van artistieke profielen. De kans is daarbij reeël dat er geen kandidaten gevonden worden die aan die voorwaarden voldoen.

Is de zoektocht dan zo hopeloos? De kans is veel groter dat er op een verkeerde manier gekeken wordt naar het probleem. Een culturele instelling zou er ook voor kunnen kiezen om een algemeen directeur te zoeken die goed is in algemene directie. Een CEO met competenties die ook in een bank, een ziekenhuis of een school zouden kunnen werken. Je kan dan aanvoeren dat ‘voeling voor de kunsten’ belangrijk is, maar dat is het misschien wel voor alle directiefuncties.

Het is een denkfout die teruggaat op de directeur als belichamer van het huis. De Belichamer valt altijd samen met zijn huis (het is altijd een man, toch?) en weet alles het best. Hij is niet gewoon ‘mee’ met theater, hij is een theatervisionair. Hij heeft niet alleen goede smaak op het vlak van concerten, hij weet meer van muziek dan wie dan ook. Het is deze Belichamer die leven geeft aan een huis. Het is deze Belichamer die organisatie rond zijn eigen talenten bouwt. Is het dan verwonderlijk dat die essentiële Belichamer niet te vervangen lijkt?

Het overdraagbaar maken van je werk

Een belangrijk onderdeel van management is het overdraagbaar maken van de processen. Toegegeven, dat klinkt minder sexy dan het persoonlijk bezielen van de winkel, maar het leunt een stuk dichter aan bij de realiteit van een huis. Artistieke stijlen evolueren sneller dan ooit, publieken hebben meer noden, vragen en keuzes dan ooit te voren en communicatiestrategieën moeten steeds flexibeler kunnen inspelen op nieuwe kanalen, meerstemmigheid, aanbod en overaanbod.

Meer dan ooit heeft een culturele instelling dus nood aan een flexibel business model dat kan inspelen op die veranderlijke context. Daarin is dus veel meer werk weggelegd voor een Spelverdeler dan voor een Belichamer. Spelverdelers weten dat ze niet de beste zijn in elk detail van de sector, maar weten samenwerkingen op te zetten die zo scherp mogelijk inspelen op wat er leeft. Spelverdelers bouwen een flexibel team uit en bereiden daarmee ook doorlopend hun vervangbaarheid voor. Een Belichamer laat een erfenis na van uitmuntende voorstellingen, een Spelverdeler laat een huis na dat de toekomst aankan.